protocol van handelen bij bevestigde besmetting met corona
Doelgroep:
primair – het besmette gemeentelid, alle leiders en raadsleden;
secundair – alle overige betrokkenen.
Definitie en indeling van het begrip ‘contacten’:1  nauwe contacten = huisgenoten én personen die langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter contact hebben gehad met de besmette persoon;  overige contacten = personen die langer dan 15 minuten op méér dan 1,5 meter contact hebben gehad in dezelfde binnenruimte.
Toelichting:
Dit protocol is samengesteld door de raad van de Baptistengemeente Bethel te Harlingen.
Bij het opstellen van het protocol is gebruik gemaakt van de informatie die het RIVM op zijn website heeft staan. De links naar de betreffende webpagina’s staan vermeld in bijlage 4 bij dit protocol.
De handelingen die volgen op een vastgestelde besmetting van een gemeentelid zijn onderverdeeld in drie stappen - samengevat:
Stap 1 – de melding:
 De raad wordt z.s.m. geïnformeerd en de melding wordt in goed overleg met het besmette gemeentelid en diens huisgenoten besproken, zodat de relevante informatie wordt verzameld.  Doel is om zo spoedig en volledig mogelijk alle ‘nauwe contacten’ en de ‘overige contacten’ binnen de gemeente te noteren van de afgelopen 10 dagen.
Stap 2 – de acties:  Op basis van de verkregen informatie worden vervolgens eerst de ‘nauwe contacten’ geïnformeerd en daarná de ‘overige contacten’.
Stap 3 – de communicatie:  Nádat de ‘nauwe contacten’ en de ‘overige contacten’ zijn geïnformeerd en zij zijn gewezen op de richtlijnen van het RIVM en de regels van de Bethel voor quarantaine en thuisblijven, wordt z.s.m. daarna de gemeente op passende wijze geïnformeerd.
In bijlage 1 staat een formulier dat gebruikt kan worden om de contact-informatie te noteren die het besmette gemeentelid verstrekt. Het ingevulde formulier / de contact-informatie wordt z.s.m. ook gedeeld met de raad. Bijlage 2 bevat een checklist voor de raad.
1 Op basis van het RIVM: https://lci.rivm.nl/COVID-19-bco - zie ook bijlage 3.
Stap 1 – Melding, inventarisatie en acties t.a.v. de besmette persoon
1. Controleer de melding van besmetting: of het (A) een door officiële instanties bevestigde besmetting is, of (B) ‘slechts’ een verdenking / vermoeden van besmetting;2
a. Ingeval van (A) een bevestigde besmetting – ga naar stap 1.2;
b. Ingeval van (B) een verdenking / vermoeden van besmetting – overleg met het betreffende gemeentelid, spreek waar nodig het gemeentelid aan op de eigen verantwoordelijkheid en het eigen gedrag (en overleg desnoods met de raad als het gemeentelid ondanks duidelijke klachten de bijeenkomsten van de Bethel bezoekt / wil blijven bezoeken).
2. Meldt de besmetting eerst rechtstreeks / onmiddellijk bij de raad en maak afspraken over de rolverdeling bij de verdere uitvoering van dit protocol;
3. Treedt z.s.m. in overleg met het besmette gemeentelid, diens huisgenoten en/of (bij minderjarigen) diens wettelijk vertegenwoordiger(s) – stel vragen en noteer alles goed:
a. Vraag aan het besmette gemeentelid:
i. hoe het met hem of haar gaat;
ii. hoe de thuissituatie is, en of en hoe huisgenoten in quarantaine gaan;
iii. of er dringend behoefte is aan enige vorm van (diaconale) hulp;
b. Vraag aan het besmette gemeentelid naar alle contacten binnen de gemeente in de 10 dagen voorafgaand aan het verschijnen van de klachten en/of voorafgaand aan de ontvangst van een positief testresultaat – en noteer dit goed en maak bij het navragen naar de contacten telkens een onderscheid tussen ‘nauwe contacten’ en ‘overige contacten’;
c. Vraag aan het besmette gemeentelid naar zijn of haar ideeën over mogelijke bronnen van besmetting;3 d. Vraag aan het besmette gemeentelid naar alle ‘nauwe contacten’ van huisgenoten binnen de gemeente in de afgelopen 10 dagen en noteer eventuele contactmomenten die opvallen;
e. Vraag aan het besmette gemeentelid wie binnen de Bethel al op de hoogte is van de besmetting en vraag of het besmette gemeentelid van plan is andere gemeenteleden van de Bethel zèlf te informeren (en waarom). Overleg met hem of haar wat daarin verstandig is.
f. Vraag of de huisgenoten klachten hebben en spreek af dat zij bij het krijgen van klachten, binnen 10 dagen na deze melding, hierover contact zullen opnemen met de raad;
g. Vertel dat het besmette gemeentelid volgens de richtlijnen van het RIVM in quarantaine thuis moeten blijven totdat het 24 uur klachtvrij is; h. Vertel dat de huisgenoten volgens de richtlijnen van het RIVM tot 10 dagen ná het klachtvrij zijn van het besmette gemeentelid in quarantaine thuis moeten blijven;
i. Vertel dat het besmette gemeentelid én diens huisgenoten volgens het besluit van de raad / regels van de Bethel gedurende deze perioden (sub g én h) ook niet in het gebouw mogen komen en verzoek hen verder ook geen fysiek contact met andere
2 Het gaat niet om bewijs, maar om het betreffende gemeentelid zelf de besmetting te laten bevestigen, of ontkennen. Zo wordt voorkomen dat we gaan reageren op geruchten en niet-geverifieerde berichten.
3 Vraag gerust vriendelijk door, maar ga niet speculeren en pas op dat je er geen verhoor van maakt!
gemeenteleden in een binnenruimte te hebben – ook niet op meer dan 1,5 m afstand (afgezien van hun huisgenoten uiteraard).
j. Vertel dat van alle gemeenteleden in de Bethel sowieso verwacht wordt dat zij bij klachten thuisblijven en niet naar het gebouw komen.
k. Wijs het besmette gemeentelid en diens huisgenoten op dit protocol van handelen en vraag expliciet of het gemeentelid en diens huisgenoten zich hieraan willen houden.
Stap 2 – Acties t.a.v. nauwe contacten en overige contacten
4. Neem vervolgens z.s.m. telefonisch contact op met alle genoemde overige gemeenteleden (of bij minderjarigen hun wettelijk vertegenwoordigers) die volgens het besmette gemeentelid ‘nauw contact’ met hem of haar hebben gehad en informeer hen over de besmetting van het betreffende gemeentelid.
a. Vermeldt daarbij in ieder geval:
i. de naam van het besmette gemeentelid;
ii. het genoemde moment van contact, en
iii. hoe dat contact eruit zag (volgens...). b. Vertel dat zij volgens de richtlijnen van het RIVM 10 dagen in quarantaine thuis moeten blijven; c. Vertel dat zij volgens het besluit van het LT / regels van (naam gemeente) ook 10 dagen lang niet in Het gebouw mogen komen en verzoek hen verder ook geen fysiek contact met andere gemeenteleden in een binnenruimte te hebben – ook niet op meer dan 1,5 m afstand (afgezien van hun huisgenoten uiteraard).
d. Vraag of zij klachten hebben en spreek af dat zij bij het krijgen van klachten, binnen 10 dagen na deze melding, hierover contact zullen opnemen met de raad;
e. Vertel dat van alle gemeenteleden in (naam gemeente) sowieso verwacht wordt dat zij bij klachten thuisblijven en niet naar het gebouw van de gemeente komen.
f. Wijs het gemeentelid op dit protocol van handelen en vraag expliciet of het gemeentelid en diens huisgenoten zich hieraan willen houden.
5. Neem daarná z.s.m. telefonisch contact op met alle genoemde ‘overige contacten’ binnen de Bethel en informeer hen summier.
a. Vermeldt in ieder geval:
i. de naam van het besmette gemeentelid;
ii. het genoemde moment van contact, en
iii. hoe dat contact eruit zag (volgens...).
b. Vertel dat zij volgens de regels van het RIVM niet 10 dagen in quarantaine thuis hoeven te blijven;
c. Vertel dat zij volgens het besluit van de raad / regels van (naam gemeente) echter tòch dringend verzocht worden om één week lang niet in het gebouw te komen en verzoek hen verder ook die week geen fysiek contact met andere gemeenteleden in een binnenruimte te hebben – ook niet op meer dan 1,5 m afstand (afgezien van hun huisgenoten uiteraard). En leg uit dat dit nodig is uit zorg voor elkaar en de zwakkeren in onze gemeente;
d. Vraag of zij klachten hebben en spreek af dat zij bij het krijgen van klachten, binnen 10 dagen na deze melding, hierover contact zullen opnemen met de raad;
e. Vertel dat van alle gemeenteleden in (naam gemeente) sowieso verwacht wordt dat zij bij klachten thuisblijven en niet naar het gebouw komen.
f. Wijs het gemeentelid op dit protocol van handelen en vraag expliciet of het gemeentelid en diens huisgenoten zich hieraan willen houden.
6. Informeer de raad over de bij Stap 1 en 2 genoemde handelingen nummers 3, 4, 5 en 6 door middel van het ingevulde formulier van bijlage 1.
Stap 3 – Verdere communicatie
7. De raad informeert het ‘kernteam corona’ en de rest van de raad z.s.m. na ontvangst van de melding en geeft tevens aan op welke wijze dit protocol van handelen zal worden uitgevoerd:
i. via email, en
ii. via de appgroep van de raad (met verwijzing naar het emailbericht).
8. De raad informeert in overleg met de diaken communicatie en de voorganger z.s.m. ná handelingen nummers 5 en 6 de (overige = niet betrokken) bedieningsleiders.
i. via email.
9. De diaken (of andere verantwoordelijke) communicatie verzorgt in overleg met de raad en de voorganger de overige communicatie richting de rest van de Gemeente:
a. informeren van de hele gemeente:
i. via bericht op de website;
ii. via email aan alle emailadressen op de adressenlijst.
b. daarbij wordt aangegeven om welk gemeentelid / huisgezin het gaat.
10. De Oudste-van-Dienst in de eerstvolgende zondag na ontvangst van de melding, doet bij het einde van de dienst kort mededeling van de besmetting onder verwijzing naar het bericht daarover op de website en doet voorbede voor de situatie – zonder de naam van het betreffende gemeentelid of diens huisgenoten te noemen.
Bijlage 1 – registratieformulier contact-informatie coronabesmetting binnen (naam gemeente)
Naam Bedieningsleider / LT-er / medewerker
Naam
Vragen:
Naam besmet gemeentelid (BG)
naam
1. Is de raad geïnformeerd?
Namen huisgenoten BG
namen
JA*
NEE*
Datum en tijdstip overleg met BG
datum
tijdstiip
bijzondere afspraken
Datum van positieve testuitslag BG
datum
Mogelijke bronnen én datum van besmetting
huisgenoten / familie
werk / anders
gemeenteleden / Uitkijk
datum (?)
toelichting / bijzonderheden
Contacten BG met gemeenteleden ná de besmetting:
JA*
NEE*
2. Indien ‘JA’ – wie informeert de gemeenteleden die contact met BG hebben gehad? I. ‘nauw contact’
langer dan 15 minuten in een binnenruimte / Het gebouw op MINDER dan 1,5 meter afstand
datum
Naam
locatie / situatie / activiteit
naam
gedaan? / wanneer ?
datum
Naam
locatie / situatie / activiteit
naam
gedaan? / wanneer ?
datum
naam
locatie / situatie / activiteit
naam
gedaan? / wanneer ?
datum
naam
locatie / situatie / activiteit
naam
gedaan? / wanneer ?
datum
naam
locatie / situatie / activiteit
naam
gedaan? / wanneer ?
II. ‘overig contact’
langer dan 15 minuten in een binnenruimte / Het gebouw op MÉÉR dan 1,5 meter afstand
datum
naam
locatie / situatie / activiteit
naam
gedaan? / wanneer ?
datum
naam
locatie / situatie / activiteit
naam
gedaan? / wanneer ?
datum
naam
locatie / situatie / activiteit
naam
gedaan? / wanneer ?
datum
naam
locatie / situatie / activiteit
naam
gedaan? / wanneer ?
datum
naam
locatie / situatie / activiteit
naam
gedaan? / wanneer ?
‘nauwe’ contacten van huisgenoten van BG JA* NEE* 3. Indien ‘JA’ – bespreek met het DB óf contact met hen moet worden opgenomen. III. ‘nauw contact’ langer dan 15 minuten in een binnenruimte / Het gebouw op MINDER dan 1,5 meter afstand datum naam locatie / situatie / activiteit toelichting / bijzonderheden datum naam locatie / situatie / activiteit datum naam locatie / situatie / activiteit datum naam locatie / situatie / activiteit
Thuissituatie – is er behoefte aan diaconale hulp?
JA*
NEE*
4. Indien ‘JA’ – wie neemt contact op met de diaken Diaconie of de coördinator praktische hulp?
Indien “JA” – welke vorm van hulp?
omschrijving hulpbehoefte
naam
* omcirkel wat van toepassing is
Bijlage 2 – Checklist uitvoering protocol

Stap 1 – Melding
1.
is het een bevestigde besmetting van een gemeentelid?
2.
is de besmetting z.s.m. gemeld bij de raad?
3.
is z.s.m. overleg gezocht met besmette gemeentelid?
3b. zijn op het registratieformulier de ‘nauwe contacten’ van het besmette gemeentelid ingevuld?
3b. zijn op het registratieformulier de ‘overige contacten’ van het besmette gemeentelid ingevuld?
3d. zijn op het registratieformulier de ‘nauwe contacten’ van de huisgenoten van het besmette gemeentelid ingevuld?
3i.
is aan het besmette gemeentelid en diens huisgenoten verteld dat zij gedurende hun quarantaine (van 10 dagen etc.):
 niet in Het gebouw mogen komen, en
 géén contact met andere gemeenteleden mogen hebben?
Stap 2 – Acties
4. is vervolgens z.s.m. overleg gezocht met ‘nauwe contacten’ van het besmette gemeentelid?
4c. is aan de ‘nauwe contacten’ van het besmette gemeentelid verteld dat zij gedurende hun quarantaine van 10 dagen:
 niet in Het gebouw mogen komen, en
 géén contact met andere gemeenteleden mogen hebben?
5. is daarná z.s.m. overleg gezocht met de ‘overige contacten’ van het besmette gemeentelid?
5c. is aan de ‘overige contacten’ van het besmette gemeentelid verteld dat zij gedurende één week:
 niet in Het gebouw mogen komen, en
 géén contact met andere gemeenteleden mogen hebben?
6. is met de raad afgesproken of de ‘nauwe contacten’ van de huisgenoten van het besmette gemeentelid wel of niet geïnformeerd worden?
Stap 3 – Communicatie
7.
is de besmetting z.s.m. gemeld bij het Leiderschapsteam?
8.
is de besmetting z.s.m. ná handelingen 5 en 6 gemeld bij de (overige = niet direct betrokken) bedieningsleiders?
9.
is een bericht op de website geplaatst én per email aan alle adressen op de adressenlijst gestuurd met de naam van het besmette gemeentelid?
10.
heeft de Oudste-van-Dienst van de eerstvolgende zondag aan het einde van de dienst mededeling gedaan van de besmetting – zónder de naam van het besmette gemeentelid te noemen?
Bijlage 3 – Definitie van contacten volgens RIVM èn de Bethel
Definitie en categorisering van ‘contacten’
Contacten worden door het RIVM onderscheiden in drie categorieën:
1. huisgenoten,
2. overige nauwe contacten, en
3. overige contacten.
De Bethel kijkt voor de zekerheid ook nog naar:
4. nauwe contacten binnen de gemeente van huisgenoten van het besmette gemeentelid
De besmettelijke periode begint 2 dagen voor de start van de klachten, en eindigt als de patiënt 24 uur klachtenvrij is en minimaal 7 dagen na start van de symptomen.* Bij asymptomatische infecties wordt tot 2 dagen voor de test teruggekeken naar contacten.
1. Huisgenoten zijn contacten die in dezelfde woonomgeving leven en langdurig op minder dan 1,5 meter afstand contact hadden met de patiënt.
2. Als overige nauwe contacten worden beschouwd: 2a. Personen die langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter afstand contact hadden met de patiënt tijdens diens besmettelijke periode.** Voor vliegtuigcontacten is verderop in het RIVM-protocol uitgewerkt wie van de passagiers en bemanningsleden voldoen aan de definitie nauwe contacten. 2b. In omstandigheden waarbij er een hoog risico blootstelling was van korter dan 15 minuten (bijvoorbeeld in het gezicht hoesten, of direct fysiek contact zoals zoenen) wordt deze persoon ook als ‘overig nauw contact’ beschouwd.
3. Overige (niet nauwe) contacten zijn personen die langdurig contact (langer dan 15 minuten) hadden met de patiënt op meer dan 1,5 meter afstand in dezelfde binnenruimte, bijvoorbeeld op kantoor, in de klas of tijdens vergaderingen. Voor wat betreft de Grote Zaal en het Atrium gaat het alleen om de gemeenteleden in een cirkel van 5 meter om de besmette persoon.
4. Per geval wordt door de raad kort bezien of er aanleiding is om óók nog specifiek te overleggen met de nauwe contacten van de huisgenoten van het besmette gemeentelid. Uitgangspunt is dat hier in beginsel onvoldoende redenen voor aanwezig zijn.
* Bij immuungecompromitteerde patiënten wordt minimaal 14 in plaats van 7 dagen gehanteerd (zie Richtlijn, paragraaf Besmettelijke periode).
Bijlage 4 - referenties en achtergrondinformatie
 https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/ziekte
 https://lci.rivm.nl/stappenplan/covid-19
 https://lci.rivm.nl/COVID-19-bco


Ga er daarom op uit om alle volken tot mijn leerlingen te maken. Doop hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen altijd te doen wat Ik u heb gezegd.

MatheŘs 28:19 - Nieuwe Bijbelvertaling